De Boeddha en de Bedelaar

Een prachtig verhaal over de tocht van de bedelaar op zoek naar de Boeddha.

Dit oude, bekende verhaal uit Thailand van Sean Buranahiran is prachtig gelaagd met meerdere boodschappen die je helpen op je zoektocht naar een lichter leven. Ik ben steeds weer verbaasd wat ik er uit haal als ik het weer eens lees: Zoveel mooie lessen zitten er in! En het is ook gewoon een heerlijk verhaal om te lezen. Veel plezier er mee!

 

Het verhaal van de Boeddha en de bedelaar

Er was eens een bedelaar. Een jonge bedelaar die in een grote stad woont. En elke dag zijn kostje bij elkaar scharrelt. Elke dag lukt het hem om voldoende eten te verzamelen, maar s’nachts raakt hij eten kwijt. Hij begrijpt niet waarom.

Daarom besluit hij op een nacht wakker te blijven. Hij kijkt en houdt zijn eten in de gaten. 
Midden in de nacht komt er een klein muisje uit een gat in de nis waar de bedelaar in woont en die pakt het eten. Als de bedelaar dat ziet, zegt hij: “Stop!”

“Waarom pak je mijn eten? Waarom niet van iemand die rijk is? Maar waarom van mij? Ik ben maar een armzalige bedelaar.” De muis kijkt de bedelaar aan en zegt “ik weet het niet. Het is je bestemming”. “Waarom is het mijn bestemming?”, vraagt de bedelaar. “Vraag het de Boeddha”, zegt de muis en hij verdwijnt. Nog die zelfde nacht besluit de bedelaar te vertrekken naar de Boeddha. 

 

De bedelaar heeft gehoord dat de Boeddha weken lopen verderop in een paleis resideert. En hij besluit daar toch naar toe te gaan. Hij pakt zijn schamele bezittingen bij elkaar en hij gaat erop uit. De bedelaar loopt dagen en nachten. Overdag in de hitte en s’nachts slaapt hij in de buitenlucht… 

 

Op een dag loopt hij langs een groot huis en hij denkt: “nee, heb ik, ja, kan ik krijgen”. Hij besluit op de deur te kloppen voor onderdak. Een grote, joviale man met een snor en een baard doet open en zegt: “ Hallo, wie ben jij?”. “Ik ben de bedelaar”, zegt de bedelaar. “Ik zoek een plek voor de nacht. Mag ik hier slapen?”. “Nou, natuurlijk!”, zegt de man. “Kom erin! Een jongen zoals jij hoort niet s’nachts buiten te zijn”. Die nacht slaapt de bedelaar in een heerlijk fijn bed. 

De volgende ochtend krijgt hij een lekker ontbijt en terwijl hij aan het genieten is vraagt de man: “Zeg, waar ben je eigenlijk naartoe op weg?” “Ik ben op weg naar de Boeddha. De Boeddha kan mij vertellen over mijn bestemming. Ik ga hem een vraag stellen”. 
“Ha”, zegt de man, “de Boeddha. Ik heb ook een vraag voor de Boeddha! Onze dochter is zeventien en heeft nog nooit een woord gesproken… We krijgen haar niet aan een man. Er is geen man die haar wil hebben. En we vrezen het ergste. Wil je aan de Boeddha vragen wat ik moet doen om mijn dochter weer te laten spreken?” 
“Tuurlijk doe ik dat”, zei de bedelaar, “want jij hebt mij geholpen, dus ik help jou”. En hij belooft de man plechtig de Boeddha zijn vraag te zullen stellen. 

 

De bedelaar vertrekt en gaat verder. Na dagen en dagen lopen komt hij aan bij een enorme obstakel. Een rivier. Een rivier zo breed dat hij er niet overheen komt. Er is geen doorwaadbare plaats, er is geen brug in velden of wegen te bekennen en hij kan niet zwemmen. Hij gaat zitten op een steen naast de rivier, triest, en denkt dat het het einde van zijn missie is… 

Maar dan begint plotseling het water te rimpelen en er verschijnt iets en dat wordt steeds groter. En groter en groter. Het is een enorme schildpad die het water komt uitlopen. De schildpad kijkt de bedelaar aan en zegt heel langzaam en met een lage stem:  “Waaaaar gaaaa jij nou naaaaar toeoeoe?” “Ach”, zegt de bedelaar, “schildpad, ik ben op weg naar de Boeddha. Maar ik kom de rivier niet over. Wil je me misschien helpen om aan de overkant te komen?” “Ach, naaatuuuuuurlijk”, zegt de schildpad. De bedelaar springt op zijn rug en hij wordt naar de overkant gebracht door de oude schildpad. 

“Maaaaar wat gaaaa je eigenlijk bij de Boeoeoeoeddhaaaaa doen?” vraagt de schildpad. “Ik ga een vraag stellen over mijn bestemming”, zegt de bedelaar. “Oooh”, zegt de schildpad. “Wil je ooooook een vraaaaag stellen voor mij? Ik proooobeer al vijfhonderd jaaaaar een draak te worden. Al vijfhooooonderd jaar doe ik wat de meesters me opdragen… en het lukt me maar niet om een draak te worden. Wil je de Boeoeoeoeddhaaaa voor mij vragen wat ik moet doen?” 

“Natuurlijk”, zegt de bedelaar. “Jij hebt mij geholpen, dus ik help jou.” En hij belooft de schildpad plechtig dat hij de vraag zal stellen. 

 

De bedelaar gaat verder. Na een flinke tijd lopen komt hij aan bij een volgend obstakel. Een enorm gebergte. 

Witte toppen toren hoog boven hem uit. En hij denkt, “hoe kom ik ooit in godsnaam over dit gebergte?” Dan wordt er plotseling op z’n schouder getikt. Hij draait zich om. Er staat een man in een lange mantel, met een lange baard en een stok, een staf. Het is een magiër. “Waar ben jij naar toe op weg?”, zegt de magiër. “Ik ben op weg naar de Boeddha, maar ik kom die bergen niet over”, zegt de bedelaar. “O, wacht”, zegt de magiër. Hij pakt de bedelaar vast, tikt twee keer op met zijn staf op de grond en… Ze vliegen door de lucht naar de andere kant van de berg.

“Wat ga je eigenlijk doen bij de Boeddha?”, vraagt de magiër. “Ik ga een vraag stellen over mijn bestemming“, antwoord de bedelaar. “Wil je dan voor mij ook een vraag stellen? Al duizend jaar wil ik in de hemel komen. En al duizend jaar doe ik wat mijn meesters me hebben opgedragen. Maar het lukt niet. Wil je aan de Boeddha vragen wat ik moet doen om in de hemel te komen?”

“Natuurlijk”, zegt de bedelaar. “Je hebt mij geholpen”, dus ik help jou. En hij belooft de magiër plechtig dat hij de vraag aan de Boeddha zal stellen. 

 

Na een hele tijd lopen komt de bedelaar eindelijk aan bij het paleis waar de Boeddha is. De bedelaar loopt naar binnen. Het is er overvol. En dan hoort hij de Boeddha zeggen: “Het is druk. Vandaag behandelen we maar drie vragen per persoon. Geen vier of vijf, maar drie”. 

“Wat moet ik doen?”, denkt de bedelaar. “Ik heb de vraag van dat meisje dat niet kan spreken. Ik heb de vraag van de schildpad die een draak wil worden. En ik heb de vraag van de magiër die niet in de hemel kan komen. En dan natuurlijk mijn eigen vraag over mijn bestemming…” 

En hij denkt na over de vragen. Zelf is hij maar een eenvoudige bedelaar. Als hij teruggaat naar huis, kan hij doorgaan met bedelen. Zijn leven wordt er niet minder om.

Maar het meisje zal nooit kunnen spreken, en de schildpad is al vijfhonderd jaar bezig om een draak te worden. En de magiër probeert al duizend jaar om in de hemel te komen. Hij besluit de drie vragen van de anderen te stellen.

 

Wanneer hij voor de Boeddha zit en de drie vragen stelt, antwoord de Boeddha: 

“Het meisje zal spreken op het moment dat ze haar zielsverwant in de ogen krijgt. De schildpad hoeft alleen maar zijn schild los te laten en uit zijn schulp te kruipen en hij zal een draak worden. En de magiër is veel te gehecht aan zijn staf. Als hij zijn staf loslaat, zal hij naar de hemel gaan.” De bedelaar bedankt de Boeddha en keert terug.

 

Wanneer hij aankomt bij de bergen staat daar de magiër. “En”, zegt de magiër, “wat zei de Boeddha?” “Nou”, zegt de bedelaar, “het is eigenlijk heel simpel. Je hoeft alleen maar je staf los te laten en je zult ascenderen naar de hemel. Je bent veel te gehecht aan je staf.”

“Natuurlijk!”, zei de magiër. Hij geeft de staf aan de bedelaar, en met een ‘dankjewel!’ verdwijnt hij naar de hemel.

De bedelaar blijft achter met de staf en hij heeft de magie van de magiër gekregen. Zijn bestemmingsvloek breekt en plotseling is hij geen bedelaar meer.

Met twee tikken op de grond met de staf vliegt hij naar de rivier waar de schildpad was. 

 

De schildpad komt zo snel mogelijk op hem afgewaggeld en zegt: “En waaaaat zeieiei de Boeoeoeddhaaaa?”. “Nou”,zegt de bedelaar, “het is eigenlijk heel simpel. Je hoeft alleen maar uit je schulp te kruipen. Dan zul je een een draak worden”. “Natuuuuuurlijk!”, zegt de schildpad. Hij kruipt zo snel als hij kan uit zijn schild en verandert in een prachtige draak.

De bedelaar keek vol bewondering naar de draak boven hem en die zegt: “Alles wat je in mijn oude schild vindt, jongeman, is voor jou”. En…fffffff… hij vertrekt en verdwijnt achter de horizon. De bedelaar, die geen bedelaar meer is, kijkt in het schild. Er liggen prachtige parels uit het diepste van de oceaan in. Plotseling is de bedelaar, die geen bedelaar maar is, op slag rijk.

Met z’n parels in z’n zakken en z’n staf in de hand tikt hij weer twee keer op de grond. En hij vliegt naar het huis van de man.

 

De man komt naar buiten gerend en zegt “En? Wat zei de Boeddha?”. “Je dochter zal spreken zodra ze haar zielsverwant tegenkomt. Eigenlijk heel simpel dus”, zegt de bedelaar die geen bedelaar meer is. Op dat moment komt het meisje, de dochter, naar buiten. Ze kijkt de bedelaar in de ogen en zegt” “Is dit die man die hier vorige week ook was?”. 

 

Niet lang daarna trouwt de voormalig bedelaar met het meisje. En vanaf dat moment heeft hij een gezin, een huis, een schoonfamilie. En rijkdom en magie.

Zijn leven zal nooit meer hetzelfde zijn. Het leven lacht de voormalige bedelaar toe. Hij heeft zijn karma en zijn bestemming volledig veranderd.

En ze leefden nog lang en gelukkig.

 

De lessen van dit verhaal

En wat vind je van het verhaal? De belangrijkste les die ik er uit haal is, is die van loslaten en onvoorwaardelijk geven. De magiër, schildpad en man boden hulp, zonder er iets voor terug te krijgen. Met het inzicht van de Boeddha zagen ze in wat ze vervolgens dienden los te laten om gelukkig te worden.
De bedelaar liet het denken aan zichzelf los. Dit besluit bij de Boeddha dat anderen belangrijker waren dan hijzelf, zonder daar iets voor terug te verwachten, veranderde zijn karma. Dit veranderde hij zijn bestemming.

 

Léon 💜

(Bron)

Artikelfoto: Boeddha tempel, Polonnaruwa, Sri Lanka, vakantiereis 2017

We mailen je binnen twee dagen terug ☺︎